Dr. Marantz en collega's debatteert dat als de richtlijnen gedrag kunnen veranderen, dergelijke wijziging positieve of negatieve gevolgen kon hebben. Zij halen aan hoe, in 2000, de Dieet Adviescommissie van de Richtlijn voorstelde dat de aanbeveling aan lager die vet, in de richtlijnen van 1995 wordt geadviseerd, misschien onverstandig was geweest en wat potentieel kwaad eigenlijk kunnen hebben. De commissie nam nota van zorg dat „vorige die voorrang aan een met laag vetgehalte opname `wordt verleend' mensen kan ertoe brengen om te geloven dat, zolang de vette opname laag is, het dieet volledig gezond zal zijn. Dit geloof kon een overconsumptie van totale calorieën in de vorm van koolhydraten veroorzaken, resulterend in de ongunstige metabolische gevolgen van hoog-koolhydraatdiëten, de“ commissie schreef, terwijl ook het opmerken dat „een stijgend overwicht van zwaarlijvigheid in de Verenigde Staten ruwweg met een absolute verhoging van koolhydraatconsumptie.“ heeft gecorrespondeerd
Dr. Marantz en collega's legt gegevens voor die deze tendensen steunen; nochtans, zijn zij zorgvuldig om op te merken dat deze tijdelijke vereniging geen veroorzaken bewijst. In plaats daarvan, zegt Dr. Marantz, „het heft de mogelijkheid van een netto- schadelijk effect van schijnbaar onschadelijke dieetraad op. Deze dieetaanbevelingen veroorzaakten noodzakelijk geen kwaad, maar er is een realistische mogelijkheid die zij kunnen hebben.“
„Aangezien de artsen, onze eerste vraag geen kwaad moet doen,“ hij voegt toe. „Dat is waarom wij adviseren dat de richtlijnen in het verstrekken van informatie, grootmoedig maar voorzichtiger zijn in het geven van richting. Om het even welke richtingen zouden op de zeer hoogste niveaus van wetenschappelijk bewijsmateriaal moeten worden gebaseerd. Toch verwachten wij dat veel van farmaceutische bedrijven alvorens zij een nieuwe drug aan markt.“ brengen
###
Andere onderzoekers Einstein die tot het document bijdragen zijn Michael Alderman, M.D., professor van epidemiologie en bevolkingsgezondheid en van geneeskunde, en Elizabeth Bird. |